Boek

Wat ik haar niet vertelde

Wat ik haar niet vertelde
×
Wat ik haar niet vertelde
Boek

Wat ik haar niet vertelde

Nederlands
2025
Volwassenen
Biografisch onderzoek naar de Vlaamse schrijver Ivo Michiels (1923-2012). Met afbeeldingen.
Persoononderwerp Michiels, Ivo
Titel Wat ik haar niet vertelde
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: De Bezige Bij, 2025
479 p.
ISBN 9789403182414

De Volkskrant

Recensie - Wat ik haar niet vertelde -Verdraaid en lang verzwegen
Elma Drayer - 29 november 2025

De Vlaamse dramaturg en curator Sigrid Bousset (1969) kan goed bewonderen. Net als haar vader, emeritus hoogleraar literatuur Hugo Bousset, adoreerde ze schrijver Ivo Michiels en was dik met hem bevriend. Vanaf haar jongemeisjesjaren was ze kind aan huis bij hem en zijn vrouw in Zuid-Frankrijk. Die persoonlijke betrokkenheid weerhield haar er niet van Michiels' biografie op zich te nemen.

Emotionele banden gelden nu eenmaal niet langer als nadelig voor een biograaf. Alleen al dit kalenderjaar biografeerde Tom Rooduijn zijn vader Hans Roduin (De voorloper), verscheen van Jan Blokker jr. het levensverhaal van Jan Blokker sr. (Mannetje van de krant) en schreef Willem Otterspeer een boek over zijn boezemvriend Michaël Zeeman (In alles ben ik groot) - met wat mij betreft wisselend resultaat.

Hoe brengt Bousset het ervan af?

Ivo Michiels, pseudoniem van Rik Ceuppens (1923-2012), brak halverwege de jaren zestig door met de hallucinante, experimentele roman Het boek alfa. Volgens jongere collega Monika van Paemel bevrijdde hij aldus de Vlaamse literatuur van 'de wiegende weiden'. Zelf zei hij ooit: 'Mijn obsessie is de literatuur als onderwerp van mijn literatuur.'

In later jaren, in de Provence gestaag verder metselend aan zijn oeuvre, ging het experiment met hem aan de haal. Zijn proza werd almaar duisterder, met als gevolg dat zelfs de trouwste fans afhaakten. De Nederlandse criticus Cyrille Offermans vond bijvoorbeeld in 1995 dat Michiels zich had vervreemd van zijn lezers. Volgens hem was er sprake van 'avant-gardistische stilstand'.

Voor zover ik kan overzien doet Michiels tegenwoordig in Nederland amper meer mee. In Vlaanderen daarentegen staat hij nog altijd fier in de canon.

Aanvankelijk worstelt Bousset met wat haar is bijgebracht over literatuur. Haar vader, bij wie ze als student colleges volgde, was vurig aanhanger van de closereadinggedachte: de persoon van de schrijver, de context, de tijd van ontstaan doen er niet toe, alleen de autonome tekst telt. Gaandeweg overwint ze haar schroom, niet onhandig voor een biograaf.

Ze ontdekt dat Michiels een brisante geschiedenis met zich meedroeg waarover hij zijn mond stijf had dichtgehouden - vandaar de titel van haar boek Wat ik haar niet vertelde.

Weliswaar had hij nimmer verborgen dat hij vlak na de oorlog in een interneringskamp had gezeten. Maar over het waarom daarvan bleef hij schimmig. Bousset leest in zijn strafdossier dat hij veel ernstiger had gecollaboreerd dan hij wilde doen voorkomen.

Tijdens de bezetting sloot hij zich aan bij een extreemrechtse, Vlaams-nationalistische club die geestdriftig samenwerkte met de Duitsers. In Lübeck, waar hij te werk was gesteld in het ziekenhuis, onderhield hij warme contacten met een nazigeleerde. Bovendien meldde hij zich in de zomer van 1944 aan bij de Germaansche SS en volgde een opleiding aan de SS-school in Schoten.

Een biograaf met afstand had deze feiten wellicht droogjes opgeschreven. Bousset daarentegen is hevig ontdaan. Waarom heeft haar held zoveel verdraaid en verzwegen? Auteurs als Günter Grass en Heinrich Böll, merkt ze terecht op, vertelden op zeker moment de waarheid over hun oorlogsverleden. Michiels bleef hangen in mystificaties - ook toen zij hem aan het eind van zijn leven in uitputtende sessies interviewde.

Ze doet haar uiterste best diens gedraai te begrijpen. 'Een leugen is plausibeler, ook voor jezelf, wanneer die een kern van waarheid bevat.' En: '(...) het zou van een immense moed hebben getuigd om op zijn hoge leeftijd met deze loodzware bekentenis aan te komen bij de jonge vrouw die voor hem zat, kind aan huis sinds jaren, voor wie hij onaantastbaar wilde blijven.'

Moed die hem overduidelijk ontbrak.

Jammer genoeg laat ze een andere intrigerende kwestie goeddeels onbesproken: waarom haar hoofdpersoon van Saulus werd tot Paulus, van Rik Ceuppens tot Ivo Michiels. Hoe kon een jongeman met zulke onfrisse ideeën uitgroeien tot zo'n hartstochtelijk pleitbezorger van het avant-gardisme? Ik heb bij Bousset geen bevredigend antwoord gelezen.

En dan was er nóg een pijnlijke geschiedenis. Naar zijn enige kind, geboren in augustus 1944 uit zijn (zeer kortstondige) eerste huwelijk, keek Michiels amper om. Deze Guido hoorde pas op z'n 16de verjaardag dat zijn vader niet, zoals hij dacht, gesneuveld was. 'En hij staat regelmatig in de krant en komt op de televisie', vertelde zijn grootmoeder.

De dan alom vereerde schrijver reageerde afhoudend op de opgedoken zoon - volgens Bousset uiterlijk het evenbeeld van zijn vader. 'Jaarlijks', vertelt Guido haar, 'schoven we op de boekenbeurs bij de signeertafel aan. Het bleef bij vormelijkheden. Twee passen verder kon je koffiedrinken, maar hij moest aan de stand blijven. Signeren. Hij toonde zijn agenda vol afspraken en zei dat hij geen tijd kon maken.'

Dat hij aldus zijn zoon mentale schade berokkende deerde hem niet, of besefte hij niet. Pas Guido's dochter wist een doorbraak te forceren, waardoor er in Michiels' laatste levensjaren toch een soort familieband ontstond.

Heel 2025 maakt de biograaf tenslotte nogal een nummer van Michiels' houding tegenover vrouwen. Die was inderdaad te potsierlijk voor woorden - naar hedendaagse maatstaven, welteverstaan.

Een beetje kunstenaar, nietwaar, waande zich destijds achter de voordeur het middelpunt van het universum. Eigen ambities van zijn vrouw waren daarbij ongewenst.

Volgens schrijver en generatiegenoot Jef Geeraerts kon er 'slechts één haan zijn op het erf'. Michiels gedroeg zich niet veel genereuzer. Toen zijn 21 jaar jongere, derde echtgenote Christiane aan het schrijven sloeg, vertikte hij het om haar teksten serieus te nemen. Dat was voor haar geen reden om spoorslags de koffers te pakken. Met des te meer toewijding (en veel alcohol) bleef ze hem dienen - ook toen hij openlijk een verhouding begon met een mevrouw die juist níét aan zijn voeten lag.

Christiane: 'Ik ken geen jaloezie. Zijn geluk kwam op de eerste plaats.'

Bousset deinst er niet voor terug om zulke onaangenaamheden te noteren, maar apologievrij zijn haar observaties zelden.

Des te verrassender is het dat ze soms ineens genadeloos toeslaat. 'De ideologie van de zogenaamde tekstautonomie', schrijft ze op zeker moment, 'kwam Ivo goed van pas. Het proefschrift van mijn vader, die dit op zijn werk toepaste, ook.'

 

NBD Biblion

Bookarang (AI samenvatting)
Een persoonlijk getint biografisch onderzoek naar de schrijver Ivo Michiels. Sigrid Bousset onderzoekt het leven van Ivo Michiels, een invloedrijke figuur in literatuur, film en kunst waar zij zelf een hechte band mee had. Ze vertelt over hoe Michiels getekend was door oorlog, schuld en angst, en wat zijn rol was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek onderzoekt ook de impact van zijn persoonlijke relaties, waaronder die met zijn zoon, verwekt in 1944 in Duitsland, en zijn vrouw Christiane, die haar leven aan hem wijdde. Bousset onthult de intieme drijfveren van Michiels en schetst een beeld van de tijd waarin zij zelf opgroeide, waarin mannelijke schrijvers domineerden en vrouwen vaak op de achtergrond bleven. Op persoonlijke toon en in serieuze stijl geschreven. Met zwart-witfoto’s. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Sigrid Bousset (1969) is een Belgische dramaturg en curator. Ze schreef eerder ‘Meer dan ik mij herinner, gesprekken met Ivo Michiels’. Ivo Michiels (1923-2012) was een van de grootste Vlaamse schrijvers van zijn tijd, bekend van de roman ‘Het boek alfa’.