Gliff
Gliff
Details
284 p.
Besprekingen
De Morgen
Wanneer Leif, Rose en Briar na een bezoek aan het 'kunsthotel' naar huis terugkeren, merken ze dat er op de grond errond een dikke rode lijn is geschilderd. Wat zou dat te betekenen hebben, vragen ze zich af, al gaan ze ervan uit dat het weinig goeds zal zijn. En dus laden ze hun dierbaarste spullen in een camper en beginnen ze te rijden. Overnachten doen ze op een parking van een grootwarenhuis, om de ochtend nadien tot hun schrik te moeten vaststellen dat er ook rond de camper een dikke rode lijn staat.
Ali Smiths nieuwe roman Gliff speelt zich af in een nabije toekomst, in een dictatoriaal Groot-Brittannië waar een klopjacht wordt gehouden op 'onverifieerbaren' - mensen die zich verzetten tegen het regime en proberen te ontsnappen aan het strikte verificatiesysteem dat door de overheid is ingevoerd. Dit systeem wordt gehandhaafd met behulp van zogeheten 'educators': apparaten die mensen om hun pols dragen. Deze smartwatches verstrekken niet alleen informatie aan de drager, maar sturen ook alle details over hen door naar een centrale computer.
De moeder van Rose en Briar, en ook de vriendin van Leif, is zo iemand. Ze werkte voor Mildweed, een bedrijf dat een onkruidverdelger produceert die veel giftiger en gevaarlijker is dan het bedrijf wil toegeven. Daarom werd ze klokkenluider. Dit zorgde ervoor dat ze werd opgesloten in het kunsthotel, een voormalig museum waar - met al die ongebruikte ruimte kan er toch iets nuttigers gedaan worden? - onverifieerbaren worden 'omgeschoold'.
Conzern, niet concern
Uit eerder werk van Ali Smith weten we dat haar schrijven sterk gedreven wordt door een bezorgdheid over hoe onze omgang met taal ons engagement kan belemmeren. Ook in Gliff speelt dit een belangrijke rol. Veel van de misdaden waarvoor de onverifieerbaren worden vervolgd, draaien namelijk om het exact benoemen van wat er werkelijk gebeurt - bijvoorbeeld door een oorlog een oorlog te noemen, of een genocide een genocide. Het vastleggen van de betekenis van een woord is een machtsdaad, zo lezen we tussen de regels. Daarom zegt Rose steevast dat haar moeder wordt vastgehouden door het 'conzern' in plaats van het 'concern', hoewel haar oudere broer haar hier voortdurend op corrigeert. Door het opzettelijk verkeerd te zeggen, ontneemt ze de organisatie volgens haar een stukje van haar macht.
Omdat Leif de situatie steeds linker begint te vinden, met die rode lijnen - een voorbode van gebulldozerd worden, ongetwijfeld een verwijzing naar wat er op de Westelijke Jordaanoever gebeurt met huizen van Palestijnen met het 'verkeerde' gedachtegoed - besluit hij de kinderen in een leegstaand huis onder te brengen en zijn reis alleen voort te zetten. Rose en Briar krijgen een voorraad blikvoer en een rolletje bankbiljetten mee.Nog maar net aangekomen ontdekken ze dat er achter het huis zeven paarden grazen, waaronder een prachtig mooie grijze ruin die Rose Gliff noemt. Dit woord kan van alles betekenen: een kort moment, een oppervlakkige gelijkenis, een dutje, of de stemming waarin je vervalt als je je partner mist en verdrietig wordt. Het is een naam vol betekenissen en mogelijkheden, vindt Rose - net zoals het paard, en net zoals zijzelf, want zij is geen ik, maar een hele reeks ikken.
Dat spelen met namen en identiteiten leidt ook tot grappige passages, zoals wanneer de twee tieners kennismaken met de zoon van de eigenaar van Gliff, Colon. Die stelt zich meteen voor als vrijwilliger voor de vreemdelingendienst en kondigt aan dat hij hen een paar vragen wil stellen. 'Colon? Is je achternaam dan isatie,' vraagt Rose hem prompt, 'of ben je gewoon naar de darmen van je voorouders genoemd?' Vervolgens besluit ze hem Colin te noemen, omdat hij ook iemand anders kan zijn.
George Orwell
Gliff is bijzonder vlot geschreven, bijna net zo vlot als de ideeën die erin worden opgevoerd, zou je kunnen denken. Toch zijn we van Smith doorgaans wat meer nuance en diepgang gewend. In plaats van een roman voor volwassenen, waarin de taalpolitie zo uit George Orwells 1984 lijkt weggelopen, voelt het boek soms aan als een moralistische fabel voor kinderen. Dit wordt vooral duidelijk tegen het einde, waar de emotionele parallellen met Charlie Mackesy's De jongen, de mol, de vos en het paard onmiskenbaar zijn.
Aan deze cocktail voegt Smith ook nog een snufje Max Frisch toe door expliciet te verwijzen naar zijn De mens treedt op in het holoceen, waarin een ouder wordende man zich verzet tegen het vergeten en in oude teksten zoekt naar wat bewaard moet blijven. Het ligt er echter allemaal wel heel vingerdik bovenop, natuurlijk, zeker omdat Rose en Briar voortdurend van hun moeder te horen hebben gekregen dat ze het internet moeten wantrouwen en dat de waarheid alleen in boeken te vinden is.
Net zoals Smith eerder een seizoenenkwartet schreef met Winter, Lente, Zomer en Herfst, is Gliff ook geen op zichzelf staand boek. Volgend jaar verschijnt Glyph, waarover de schrijfster alleen heeft onthuld dat het al verborgen zit in Gliff. Wat het precies wordt, weet niemand - behalve misschien Rose. Zij zegt op een bepaald moment iets over de tijd voordat haar moeder werd opgesloten: 'Lang geleden,' zegt ze, 'toen we allemaal samen waren in een ander verhaal.'
De Standaard
Het is altijd verleidelijk om literatuur te lezen als een gids bij het leven, maar in Ali Smiths nieuwe roman Gliff worden de vermaningen wel erg expliciet. De Schotse schrijfster is nooit vies geweest van enige maatschappijkritiek, maar zelfs wanneer ze de actualiteit dicht op de hielen zat, zoals in haar bejubelde seizoenskwartet, bleef Smiths werk in de eerste plaats een complexe en poëtische interpretatie van de werkelijkheid. In Gliff hanteert de auteur het nadrukkelijk waarschuwende toontje dat zo eigen is aan dystopische literatuur.
In het verhaal over twee kinderen die aan hun lot worden overgelaten in een totalitaire surveillancemaatschappij zijn sociale media, smartphones, fake news en big data de boosdoeners van dienst. Smith laat voor de precieze invulling van de nabije toekomst die ze schetst veel aan de verbeelding over, maar echt veel verbeelding heb je er niet voor nodig. Gliff is een dystopie zoals je er sinds Aldous Huxley en George Orwell al honderd hebt gelezen, met een dictatoriale maatschappij die gedragen wordt door de gedweeë volgzaamheid van mensen die “niets anders doen dan op hun telefoon kijken”.
Sakkerende oma
Smiths simplistische een-op-eenverhouding tussen smartphonegebruik en de kille toekomst waar we al met een half been in staan, is niet alleen lachwekkend nadrukkelijk, ze neigt ook naar de verraderlijke nostalgie van mensen die hunkeren naar die tijden waarin iedereen nog op een stoel voor zijn huis ging zitten om met de buren te praten. De vertelstem van Gliff is die van een jonge ik-figuur die bijwijlen klinkt als een sakkerende oma.
Niet dat er niets te genieten valt in dit eerste deel van wat volgens de uitgever een tweeluik moet worden. Smiths gebruikelijke literaire troeven (talige spitsvondigheden, speelse intertekstualiteit, impressionistische sfeerschepping en een gezonde obsessie voor de klank en betekenis van woorden) zijn ook hier aanwezig. Maar waar ze in voorgaand werk de kern van haar schrijverschap leken te vormen, worden ze in Gliff veeleer opsmuk bij een al te didactische les over de noodlottige afslagen die de mensheid heeft genomen.
Smiths maatschappelijke betrokkenheid vormt doorgaans een boeiende extra laag in haar meerstemmige proza waarin ze het experiment niet schuwt. Nu haar engagement de boventoon voert en het omslaat in een neerbuigende waarschuwing, is het resultaat teleurstellend saai. Ik had nooit gedacht het van een Smith-roman te moeten zeggen, maar Gliff is literatuur als een waarschuwingsbord. Plat en stellig.
Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer. Prometheus, 288 blz., € 22,99 (e-boek € 13,99) Oorspr. titel: 'Gliff'.
De Volkskrant
Ali Smith schrijft graag over het kleine lot van mensen die botsen met een of andere hogere instantie, iemand of iets met macht, een functionaris of organisatie, een regel of voorschrift, zonder dat duidelijk wordt waarop die macht berust. Er is een systeem, ergens hogerop, maar veel meer komen we niet te weten.
In Gliff dwalen de ontheemde Rose en Bri door een benauwende wereld waarvan we slechts glimpen zien. Alles heeft ogen en oren. Rond hun huis wordt een rode lijn geschilderd, vervolgens wordt het afgebroken. Er is een afdeling waar batterijen uit elkaar worden gehaald, zonder bescherming, zodat de vrouwen en kinderen die er werken afgrijselijke wonden aan de handen en armen oplopen - een tafereel dat doet denken aan de mijnen waarin kinderen in verre landen het spul delven waarvan onze telefoons zijn gemaakt. Op de achtergrond is er een wereld van snikhete dagen die worden gevolgd door tomeloze regens en van vervuilde rivieren en de angstaanjagende stiltes die je krijgt als er geen vogels en insecten meer zijn.
Maar dat is het wel. De glimpen tellen niet op tot een herkenbaar systeem van repressie. Smith verwijst veel naar Brave New World, waarin Aldous Huxley onderdrukking beschrijft als een technische kwestie, als een soort software, zodat burgers niet meer op het idee komen dat hun leven anders zou kunnen zijn dan het is. Gliff is verontrustender. Er is geen onderdrukkende technocratie. De onderdrukking is op een perverse manier gedemocratiseerd: iedereen is een schakel in een repressief systeem. Dat werkt omdat niemand het geheel overziet en niemand zich dus al te schuldig hoeft te voelen. Bovendien: elke schakel heeft wel wat privileges hier of daar.
Er zijn ook echo's van die andere dystopie, 1984. Smith deelt met Orwell een oog voor taal. Bij Orwell is er een regime dat de taal voor zich opeist als newspeak, zodat oorlog een vorm van vrede wordt als de leider dat wil. In Gliff is dat, alweer, verontrustender.
De taal is zo beschadigd door leugens, overdrijving en holle frasen dat ze simpelweg geen betekenis meer heeft. Het woord gliff kan staan voor elk ander woord en betekent dus niets en verbeeldt zo een wereld waarin de taal is losgehaakt van de werkelijkheid. Onze wereld van woorden, schrijft ze, is een waan geworden.
Zoals al haar boeken van de afgelopen jaren treft Gliff me als een commentaar op onze democratie. Smith laat zien hoe de democratie haar kernbelofte verzaakt. Van boek naar boek slinkt de ruimte die burgers hebben om hun leven te leiden naar eigen smaak en inzicht. Dat is voor een deel te wijten aan politici die veiligheid prioriteren boven vrijheid en zo een wereld scheppen van camera's, spyware en het maniakaal verzamelen van persoonlijke data.
Maar het probleem steekt dieper. Er is nauwelijks verzet. Steeds minder mensen eisen de democratische belofte op. Ze zijn tevreden als ze ongestoord naar een beeldscherm kunnen kijken, een extra vakantiedag krijgen of het pensioen met een paar tientjes wordt verhoogd. De democratie? Ach ja.
Wat is er dan nog mogelijk aan verzet? In haar vorige boeken spon Smith hoopvolle verhalen uit beeldende kunst, de verbeeldingskracht van haar personages en een herstel van contact en gemeenschap. In Gliff zijn er hooguit glimpen van verzet. Er is een fabel over een tiran die ontregeld raakt door een obsessie met de as van zijn vermoorde tegenstander. Er is Rose, die een paard vrijkoopt voordat het wordt geslacht. Ze noemt het dier Gliff en geeft zo dat lege woord een specifieke betekenis. En er is Bri, die wordt opgepakt, heropgevoed en eindigt als een schakel in het systeem. Maar hij is niet volledig onderworpen. Hij wist de data van mensen die hij kent zodat ze onzichtbaar worden. Hij wist ten slotte zijn eigen gegevens en gaat op zoek naar Rose. 'Nu ik niet meer besta', laat Smith hem zeggen, 'besta ik eindelijk weer.'
In duistere tijden vertelt Smith een duister verhaal. Het is een lichtpunt dat ze daar wederom een geweldige roman van heeft weten te maken, maar de duisternis blijft langer hangen, in elk geval bij mij. Ik heb haar nog nooit zo somber gezien. In de laatste bladzijden klinkt ze gelaten en dat is begrijpelijk genoeg. Wat ze ons voorhoudt is dat hoop, verbeeldingskracht en gemeenschap niet meer voldoende zijn. Het hoogst haalbare is aan de aandacht van het systeem te ontsnappen: om onzichtbaar te worden. Ik neem aan dat ze in de aangekondigde vervolgroman, Glyph, op Bri's daad van verzet terugkomt, maar veel ruimte voor een bemoedigend vervolg heeft ze zichzelf niet gegeven.
Onvermijdelijk genoeg resoneerde Gliff bij mij met de Amerikaanse verkiezingen. We zien voor onze ogen dat de Amerikaanse democratie niet wordt gekaapt, opgeschort of met geweld omvergeworpen, maar simpelweg weggegeven door mensen die er het nut niet meer van inzien - die belangrijker dingen aan hun hoofd hebben zoals een lagere inflatie, minder migranten of een cultuur waarin christelijke waarden dominant zijn. Het maakt Gliff nog urgenter dan het boek toch al is. Als er te weinig mensen zijn die de democratische belofte opeisen, die een leven leiden zoals je dat alleen in een democratie kunt leiden, naar eigen smaak en inzicht, uitgesproken, vastbesloten om ieders rechten serieus te nemen, sceptisch over alles en iedereen met macht, zal de democratie verloren gaan - niet met spektakel of geweld maar met een stille implosie.
Ali Smith schreef eerder de seizoenenreeks Lente, Zomer, Herfst, en Winter.
Fictie
Ali Smith
Gliff
Uit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer. Prometheus; 284 pagina's; € 22,99.